PSA per 1 juli 2026
- VCA docent

- 13 uur geleden
- 2 minuten om te lezen
De verplichte gedragscode tegen ongewenst gedrag op de werkvloer vormt een belangrijke wijziging in de Nederlandse arbeidswetgeving, gericht op het versterken van sociale veiligheid en het terugdringen van psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Hieronder volgt een gestructureerd overzicht van de belangrijkste verplichtingen die per 1 juli 2026 van toepassing worden, zoals voorzien in het wetsvoorstel tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet).
Achtergrond en wettelijke basis
Werkgevers zijn op grond van de bestaande Arbowet (artikel 3) reeds verplicht om beleid te voeren ter voorkoming en beperking van PSA. Dit omvat factoren als werkdruk, pesten, (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Het nieuwe wetsvoorstel introduceert een expliciete verplichting tot het vaststellen van een schriftelijke gedragscode als concreet onderdeel van dit beleid. Het doel is preventie, duidelijke normstelling en een laagdrempelige aanpak van ongewenst gedrag, waardoor een veilige en respectvolle werkcultuur wordt bevorderd.
Voor wie geldt de verplichting?
De verplichting geldt voor alle werkgevers met 10 of meer werknemers (inclusief parttimers en uitzendkrachten die structureel werkzaam zijn).Voor kleinere werkgevers (minder dan 10 werknemers) blijft de algemene zorgplicht tegen PSA van kracht, zonder de specifieke eis van een schriftelijke gedragscode.
Belangrijkste inhoudelijke verplichtingen per 1 juli 2026
Opstellen van een schriftelijke gedragscode: Deze moet expliciet ongewenst gedrag benoemen en aanpakken. Voorbeelden van ongewenst gedrag zijn pesten, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld.
Minimale inhoudseisen: De code dient ten minste te beschrijven:
Wat onder gewenst en ongewenst gedrag wordt verstaan (inclusief concrete voorbeelden);
Hoe en waar werknemers een melding kunnen doen;
Welke procedures gelden voor opvolging, onderzoek en ondersteuning (bijvoorbeeld via een vertrouwenspersoon of klachtencommissie);
Welke maatregelen of sancties kunnen volgen bij overtredingen;
Hoe preventie en voorlichting worden georganiseerd.
Medezeggenschap en vaststelling: De gedragscode moet worden vastgesteld met instemming van de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT). Indien geen OR of PVT aanwezig is, dient raadpleging van de werknemers plaats te vinden.
Implementatie en communicatie: Werkgevers zijn verplicht de code actief toe te passen en werknemers hierover te informeren en voor te lichten (bijvoorbeeld via trainingen, intranet, personeelshandboek of introductieprogramma’s). Meldingen moeten laagdrempelig en veilig kunnen worden gedaan.
Toezicht en handhaving: De Nederlandse Arbeidsinspectie krijgt expliciet toezicht op naleving. Bij niet-naleving kunnen waarschuwingen, aanwijzingen of boetes volgen.
Aanvullende context
Deze wijziging bouwt voort op bestaande verplichtingen en sluit aan bij bredere ontwikkelingen, zoals de mogelijke verplichte aanstelling van een (externe) vertrouwenspersoon in dezelfde periode. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026, hoewel de exacte datum afhankelijk blijft van de parlementaire behandeling en publicatie in het Staatsblad. Op dit moment (februari 2026) is het wetsvoorstel in een vergevorderd stadium, met brede ondersteuning in de literatuur en praktijk.
Praktische aanbevelingen voor werkgevers
Het is raadzaam om voorbereidingen tijdig te treffen:
Voer een risico-inventarisatie uit specifiek op PSA en ongewenst gedrag.
Betrek de OR/PVT vroegtijdig bij het opstellen van de code.
Zorg voor heldere procedures en trainingen om de code levend te houden.
Voor de meest actuele stand van zaken raad ik aan de websites van de Rijksoverheid, Ondernemersplein of de Nederlandse Arbeidsinspectie te raadplegen, dan wel juridisch of arbo-advies in te winnen. Deze wijziging biedt werkgevers de kans om niet alleen aan wettelijke eisen te voldoen, maar vooral om een positieve en veilige werkomgeving te creëren.


